Scheiden, je baan kwijtraken of een kind krijgen. Bij welke overheidsinstantie(s) moet je dan als burger aankloppen? Of stel, je bent ondernemer en wil een evenement organiseren. Welke gemeentelijke vergunningen heb je daarvoor nodig? Dankzij de Standaard Samenwerkende Catalogi vinden beide doelgroepen steeds makkelijker de weg in de wirwar aan regelgeving. Alle gemeenten, provincies, ministeries en waterschappen dragen hun steentje bij.

Nederland telt 380 gemeenten. Allemaal bieden zij producten en diensten aan op hun websites. Denk aan vergunningen, uitkeringen, subsidies, belastingen en heffingen. In 2005 bedacht het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dat het goed zou zijn om die brij aan informatie te stroomlijnen. ‘Het is niet handig dat overheden dit allemaal anders doen. Ondernemers raken gefrustreerd als zij bij elke gemeente opnieuw moeten uitzoeken of zij een vergunning nodig hebben en hoe zij die vervolgens kunnen krijgen’, zegt Marco Aarts, adviseur bij ICTU, een organisatie die de overheid helpt bij digitalisering. ‘Ook burgers willen niet eindeloos zoeken naar brokjes informatie.’

Standaard Samenwerkende Catalogi

ICTU ontwikkelde de Standaard Samenwerkende Catalogi. ‘Dat zijn afspraken over de manier waarop gemeenten en andere overheidsinstanties hun informatie online moeten publiceren’, legt Aarts uit. ‘Gemeenten, maar ook provincies, ministeries en waterschappen zijn vrij in hoe zij hun diensten omschrijven. Wij vragen hen er alleen eenduidige labels op te plakken, zoals waar de tekst over gaat en voor wie de informatie is bedoeld. Zo creëren we een taal waarmee IT-systemen kunnen communiceren.’ Dit levert volgens Aarts grote winst op. ‘Hierdoor is een virtuele catalogus ontstaan voor de hele overheid. Gemeenten, provincies, het rijk en ook waterschappen kunnen onderling informatie uitwisselen. Maar ook met externe partijen.’

"Dankzij deze virtuele catalogus kunnen diverse partijen onderling informatie uitwisselen."

No wrong door

De Standaard Samenwerkende Catalogi kwam oorspronkelijk voort uit de no wrong door-gedachte. ‘Die hield in dat burgers altijd antwoord moeten krijgen, ongeacht bij welk online loket zij aankloppen’, zegt Aarts. Gedurende het project bleken er meer voordelen te zijn.

Dat zag ook Logius, die in 2011 het beheer kreeg over de ‘Standaard Samenwerkende Catalogi’. ‘Doordat alle informatie is gestandaardiseerd, kunnen we deze bundelen in portals’, zegt Kristian Mul, productmanager van Logius. Zo kan bijvoorbeeld de website ondernemersplein.nl doorverwijzen naar informatie van decentrale overheden. ‘Ondernemers vinden er informatie gerangschikt op thema’s als personeel, huisvesting of belastingen. Na het invullen van hun gemeentenaam zien zij meteen onder welke lokale regelgeving zij vallen.’

Daarnaast kunnen doelgroepen specifiek naar informatie zoeken. Mul: ‘Stel dat je je brood verdient als straatartiest. In de ene gemeente heb je een ontheffing nodig, in de andere plaats misschien ook een geluidshinderontheffing of evenementenvergunning.’ Via het portal vind je de lokale regels snel en klik je eenvoudig door naar de benodigde aanvragen. Het is efficiënter dan zes gemeentelijke sites doorzoeken.’

Toekomst

Volgens Mul kunnen burgers en ondernemers in de toekomst meer praktische portals verwachten. Zo werkt rijksoverheid.nl aan het bundelen van gegevens rondom levensgebeurtenissen. ‘Stel dat je werkloos raakt, met welke instanties moet je dan iets regelen? Dat zou een welkome handreiking zijn.’

Zorgvuldig labelen

Aarts en Mul benadrukken dat het succes valt of staat met de medewerking van gemeenten, provincies en waterschappen. Zij moeten de teksten op hun website ‘labelen’ om deze vindbaar te maken. Belangrijk daarbij is de Uniforme Productnamenlijst (UPL). ‘Elke gemeente is vrij in de naamgeving van producten en diensten op de website. Maar om deze producten en diensten herbruikbaar te maken voor anderen, moeten die met uniforme namen ‘gelabeld’ worden’, legt Aarts uit. ‘De namen op de UPL liggen dichtbij de omschrijvingen zoals die in de wet staan. Dat is het meest logisch.’

Fruit langs de weg

Een mooi voorbeeld geeft Holger Peters, die als informatieadviseur bij de gemeente Buren verantwoordelijk is voor de website. In het in de Betuwe gelegen plaatsje verkopen boeren met grote regelmaat fruit langs de openbare weg. ‘Voor een kraampje langs de weg zou je in veel gemeenten een standplaatsvergunning nodig hebben, maar in Buren niet. Verkopers hebben een meldingsplicht en moeten zich aan de regels van de Algemene Plaatselijk Verordening houden. Dat is alles. Op onze site spreken we over ‘standplaats fruitkraam’, dat is voor bewoners van onze gemeente het meest herkenbaar. Maar in ons Open Producten en Diensten Catalogus (OpenPDC) coderen we het wel met standplaatsvergunning, omdat onze content daarmee vindbaar wordt’, aldus Peters.

"Als gemeenten informatie zorgvuldig labelen, zorgen wij dat de informatie op een slimme manier bij elkaar wordt ‘geharkt’."

Slim bij elkaar harken

Vorig jaar is de UPL flink opgefrist. ‘Er stonden veel verouderde productnamen op de lijst’, zegt Mul. ‘Vanaf nu actualiseren we hem vier keer per jaar. Het belang is groot. Uiteindelijk willen we overheidsinstanties, burgers en ondernemers op maat bedienen. Dat kan alleen met goed gecodeerde content.’ Gemeenten hoeven daar volgens Mul niet veel aan te doen. ‘Ze moeten hun teksten zorgvuldig coderen in het CMS-systeem. Wij zorgen dat de informatie op een slimme manier bij elkaar wordt ‘geharkt’.’