Koppelvlak 03 Oktober 2018

Koppelvlak 03 Oktober 2018

Deze printvriendelijke versie bevat niet de volledige inhoud van het online magazine, maar alleen de teksten en een beperkte selectie foto´s. Het hele online magazine met alle foto´s, video´s en multimedia kan worden bekeken op:
https://magazines.logius.nl/koppelvlak/2018/03/index

Nog een tip voor het geval u het magazine wil printen: Heeft u een Windows-computer en bekijkt u het magazine met het programma Chrome? Dan adviseren we u voor het afdrukken alleen gebruik te maken van het zogenoemde dialoogvenster (Ctrl+P).

Dit artikel hoort bij: Koppelvlak 03

Voorwoord

Een oudere man zit op de bank met een tablet in zijn handen, hij kijkt naar het scherm. Achter de bank staat een jongeman die wijst naar het tablet.

“Hoe zorgen we ervoor dat mensen en organisaties gemakkelijker digitaal met de overheid kunnen communiceren? De Agenda Digitale Overheid ‘NL DIGIbeter’ geeft antwoord op deze vraag én op de brede vraag hoe het kabinet de kansen van digitalisering in Nederland beter wil gaan benutten. Staatssecretaris Knops lanceerde de agenda afgelopen zomer. Hij deed daarbij meteen de uitnodiging aan een grote groep publieke en private partners om er gezamenlijk mee aan de slag te gaan.

Logius doet daar natuurlijk graag aan mee! Vanuit onze positie als uitvoeringsorganisatie voor de digitale overheid werken we dagelijks aan veilige en gebruiksvriendelijk toepassingen die alle overheidsorganisaties kunnen gebruiken.

In deze editie van Koppelvlak staat NL DIGIbeter centraal. Voor degenen die de digitale agenda nog niet zo goed kennen, beginnen we met een kort inhoudelijk artikel waarin de highlights staan. In andere artikelen van Koppelvlak laten we zien hoe we bij  DigiD en MijnOverheid werken aan digitale toepassingen die echt het verschil kunnen maken voor mensen en organisaties. Daarnaast houden we ons dagelijks bezig met cyberveiligheid, een essentieel onderdeel van ons werk dat hoog op de agenda staat. In deze editie is te lezen hoe we phishing aanpakken.

De realisatie van NL DIGIbeteris net gestart, daarom vertellen we ook in de komende Koppelvlakedities regelmatig wat we doen en nog belangrijker: wat mensen en organisaties daarvan gaan merken.”

Yvonne van der Brugge

Dit artikel hoort bij: Koppelvlak 03

Nieuws & actueel

Herindelingsgemeenten beschikken tijdig over nieuw OIN

Op 1 januari 2019 worden 12 gemeenten heringedeeld. Ter voorbereiding hebben de herindelende gemeenten een Organisatie-identificatienummer (OIN) nodig voor diverse onderdelen van hun informatievoorziening. Het OIN is echter gebaseerd op inschrijving in het Handelsregister, wat pas mogelijk is na de herindeling. Logius, BZK, KVK, VNG en de Belastingdienst hebben daarvoor een oplossing gevonden, zodat een herindelingsgemeente toch op tijd een nieuw OIN krijgt.

Vanaf 5 oktober kunnen herindelende gemeenten bij het regionale belastingkantoor een Fiscaal Nummer aanvragen. Met dit Fiscaal Nummer kan bij Logius een OIN aangevraagd worden. Na 1 januari 2019 schrijft de gemeente zich vervolgens in bij de Kamer van Koophandel onder vermelding van het Fiscaal Nummer. Op deze manier blijft het OIN gekoppeld aan de herindelingsgemeente.
 

De eIDAS-verordening is 29 september ingegaan

Om te voldoen aan de Europese eIDAS-verordening moet uw organisatie vanaf nu toegang kunnen verlenen aan gebruikers die inloggen met een Europees erkend inlogmiddel. Het Duitse inlogmiddel ‘Neuer Personalausweis’ voldoet nu al aan de Europese regels. Binnenkort volgen meerdere andere inlogmiddelen.

Het voldoen aan de eIDAS-verordening is uw eigen verantwoordelijkheid. Indien uw organisatie nog niet voldoet is een mogelijk gevolg dat Europese burgers en bedrijven een juridische procedure tegen uw organisatie beginnen. Wilt u weten hoe uw organisatie toegang kan verlenen aan Europese gebruikers? Kijk verder in het online magazine van Logius over eIDAS.
 

Roadshow Toegang 2018

Opnieuw organiseert Logius een roadshow door Nederland in november 2018. Deze bijeenkomsten zijn bedoeld voor alle dienstverleners die het laatste nieuws willen weten over elektronische identificatie en de authenticatiemiddelen van Logius. In een middag vertellen wij u over de ontwikkelingen rondom DigiD, DigiD Machtigen, eHerkenning, eIDAS, en de Berichtenbox. Ook wordt een toelichting gegeven op de conceptwet Digitale Overheid en hoe Logius inspringt op fraudebestrijding. Na uw bezoek aan onze roadshow bent u weer helemaal up to date!

Waar kunt u naartoe?

• Dinsdag 6 november in Pathé Arena in Amsterdam
• Dinsdag 13 november in Theater de Buitensoos in Zwolle
• Dinsdag 20 november in het Evoluon in Eindhoven
• Donderdag 22 november in de Maassilo in Rotterdam

Alle bijeenkomsten starten om 12.00 uur en we sluiten af om 16.30 uur. Er is uitgebreide gelegenheid om vragen te stellen over uw eigen situatie. 

Inschrijven voor dienstverleners

Speciale bijeenkomsten voor softwareleveranciers

Voor medewerkers van softwareleveranciers organiseert Logius op dinsdag 6 november van 9.30 tot 12.00 uur een aparte bijeenkomst in Pathé Amsterdam. Hierin komen dezelfde laatste ontwikkelingen rondom de Toegangsdiensten van Logius aan de orde.

Inschrijven voor leveranciers.

DigiD Machtigen & Stichting Lezen en Schrijven

Begin mei is DigiD Machtigen een samenwerking gestart met de Stichting Lezen en Schrijven om te onderzoeken hoe burgers, die moeite hebben met lezen en schrijven, aankijken tegen DigiD Machtigen. Dit OPL-traject (omdenken vanuit het perspectief laaggeletterde), is door Stichting Lezen en Schrijven opgezet om organisaties en bedrijven te laten doorleven hoe laaggeletterde aankijken tegen de dienstverlening en de wijze waarop er gecommuniceerd wordt.

In een 5-tal sessies werden taalambassadeurs ondervraagd over de wijze waarop er het best hulp geboden kon worden. Hoofdvraag hierbij was in hoeverre Logius laaggeletterden kan helpen om op een goede manier iemand te machtigen. Uit de sessies, waarvan de laatste op 21 september plaatsvond, kwamen verhelderende inzichten die in veel gevallen ook zeer toepasbaar waren. Alle uitkomsten en adviezen van het traject worden meegenomen bij de verdere doorontwikkeling van DigiD Machtigen.

Man leest zijn e-mail op zijn laptop

Opname DMARC op de “pas toe of leg uit”-lijst om e-mailphishing tegen te gaan

Forum Standaardisatie heeft op 30 augustus een oorkonde uitgereikt voor de opname van DMARC op de “pas toe of leg uit”-lijst. Tim Draegen, voorzitter van de DMARC Working Group van IETF, nam de oorkonde in ontvangst.

DMARC is een belangrijke open standaard die helpt om e-mailphishing tegen te gaan. Deze standaard maakt het mogelijk om beleid in te stellen over de manier waarop e-mailproviders moeten omgaan met e-mails waarvan niet kan worden vastgesteld dat deze afkomstig zijn van het vermelde afzenderdomein. Zo kunnen organisaties voorkomen dat anderen e-mails versturen namens het e-maildomein van de organisatie. Via DMARC kan een organisatie ook rapportages ontvangen waarin legitiem en niet legitiem gebruik van haar domeinnaam zichtbaar is. Lees het volledige nieuwsbericht .

Weten hoe Logius phishing tegengaat? Lees het uitgebreide artikel.

Momenteel wordt hard gewerkt om ook logius.nl te laten voldoen aan deze richtlijn.

Pilot Routeringsvoorziening van start in november 2018

Eind november 2018 start de pilot van de Routeringsvoorziening. De Routeringsvoorziening is een project van het programma eID dat door Logius wordt uitgevoerd in opdracht van BZK.

Wat is de Routeringsvoorziening?

De Routeringsvoorziening verzorgt koppelingen met alle relevante authenticatiemiddelen die publieke dienstverleners gebruiken om hun digitale diensten voor burgers toegankelijk te maken. Door aansluiting op de Routeringsvoorziening hebben deze dienstverleners één technische aansluiting, één contract en één (verzamel)factuur en één aanspreekpunt in Logius. Daarmee worden ze ontzorgd en kunnen zich richten op hun eigen kerntaken.

Waar gaat de pilot over?

De pilot is vooral bedoeld om ervaring op te doen en om een inschatting te maken van de impact voor dienstverleners. Het betreft een besloten pilot met een beperkt aantal gemeenten, MijnOverheid en mogelijk nog andere organisaties met een publieke taak zoals uit het zorgdomein. De pilotperiode neemt zo’n 3 maanden in beslag en duurt tot 1 april 2019. Gedurende de pilot worden er koppelingen gemaakt met DigiD en eIDAS. Later, maar nog niet tijdens de pilot-fase, worden ook DigiD Machtigen en de nog te verwerven private authenticatiedienst aangesloten.

Interesse?

Meer weten over deze pilot? Stuur dan een bericht naar routeringsvoorziening@logius.nl

Dit artikel hoort bij: Koppelvlak 03

Aan de slag met NL DIGIbeter

Agenda Digitale Overheid

Nederland digitaliseert en dat biedt kansen om zaken slimmer te doen. Staatssecretaris Knops van BZK wil met de Agenda Digitale Overheid “NL DIGIbeter” die kansen samen met publieke en private partijen beter benutten. Knops gaf deze zomer bij de lancering van de agenda aan: ‘De overheid gaat op een andere manier werken. De luiken gaan open, we geven ruimte aan nieuwe initiatieven en gaan connecties aan met nieuwe partijen. We moeten niet bang zijn om fouten te maken. Dat hoort experimenteren. Zo komen we stap voor stap verder’. De uitvoering van de agenda loopt in ieder geval door tot de volgende kabinetsperiode.

Integraal programma vanuit Logius

Logius heeft samen met diverse organisaties meegeholpen om de agenda op te stellen. We zijn ook al bezig om de uitvoering van een aantal actielijnen te organiseren. Dan doen we samen met onze omgeving. Zo maakt Logius voor het eerst een integraal programma waarin een roadmap komt te staan wat we de komende vijf jaar gaan doen. De vijf thema’s uit de agenda vertalen we voor Logius zo in concrete acties en resultaten waardoor burgers en bedrijven meer gemak, veiligheid en maatwerk gaan ervaren.

Radicale omkering van houding

NL DIGIbeter is het logische vervolg op het rapport Maak Waar van de Studiegroep Informatiesamenleving en Overheid uit april 2017. Dit rapport besprak het functioneren van de digitale overheid in relatie tot de snelle digitalisering van de samenleving. De opstellers van het rapport stelden dat de digitalisering van de overheid een radicale omkering van houding vergt. Het kabinet heeft daarom de Nederlandse Digitaliseringsstrategie “Nederland Digitaal” gelanceerd, een kabinetsbrede strategie voor alles wat met digitalisering te maken heeft. Op basis van Nederland Digitaal zijn de Nederlandse Cyber Security Agenda en de Agenda Digitale Overheid ontwikkeld. 

Thema’s NL DIGIbeter

NL DIGIbeter bestaat uit de volgende vijf thema's: We investeren in innovatie | Beschermen van grondrechten en publieke waarden | Toegankelijk, begrijpelijk en voor iedereen | Onze dienstverlening maken we persoonlijker | Klaar voor de toekomst

Digitale inclusie

Een belangrijk thema voor Logius dat terugkomt in de agenda is digitale inclusie: hoe zorgen we ervoor dat iedereen mee kan blijven doen in het digitale tijdperk? Als bijvoorbeeld digitaal ondersteunde dienstverleningsprocessen en de daarmee verbonden websites en apps goed in elkaar zitten kunnen ze door iedereen worden gebruikt. Logius beheert de Digitoegankelijk-standaard hiervoor. Ook helpt Logius organisaties op weg om de juiste aanpassingen te doen. Per 1 juli 2018 is het voldoen aan de standaard een verplichting voor alle (semi-) overheidsorganisaties.

Dit artikel hoort bij: Koppelvlak 03

‘Samen proberen criminelen een stap voor te zijn’

Jongen zit achter de computer

Criminelen die op zoek zijn naar de persoonlijke gegevens van burgers, gaan steeds professioneler te werk, zeggen Tanaquil Arduin en Theo van Diepen van Logius. Maar als overheidsorganisaties hun krachten bundelen en alert reageren, kunnen ze hen de pas afsnijden.

Op een ochtend in juni van dit jaar ontvangt Logius een melding die direct argwaan wekt. De tekst is kort: de afzender heeft van de overheid een mailtje gekregen dat hij niet vertrouwt. Het mailtje komt terecht bij de fraude-experts die dit soort cyberincidenten onderzoeken en analyseren. De experts nemen het mailtje onder de loep en zijn er snel uit: phishing.

Het hengelen naar bankrekeningnummers, wachtwoorden en andere persoonlijke gegevens is een groeiend probleem. ‘Niet alleen banken en bedrijven, maar ook overheidsorganisaties hebben er steeds meer last van’, zegt chief information security officer Theo van Diepen van Logius. ‘We leven in een maatschappij waarin alles draait om gegevens. Persoonsgegevens brengen vandaag de dag veel geld op.’ Van Diepen vindt het essentieel dat overheidsorganisaties elkaar opzoeken. ‘Daarin sluit ik me graag aan bij onder andere de VNG, die het onderwerp cybersecurity bij gemeenten op de agenda zet. We weten elkaar al te vinden in geval van nood, maar ook daarbuiten kunnen we leren van elkaars ervaringen.'

Net echte nepberichten

Al horen, zien en lezen mensen regelmatig dat ze op hun hoede moeten zijn, een vergissing is snel gemaakt. De tijd van het mailtje vol taalfouten over een Afrikaanse prins die een miljoen voor je heeft klaarstaan, is voorbij. Van Diepen: ‘Valse e-mails en websites zijn tegenwoordig zo goed gemaakt, dat ze voor veel mensen niet van echt te onderscheiden zijn. We mogen van burgers ook niet verwachten dat ze tot in detail weten waar ze op moeten letten. Een nepbericht van de overheid bevat allerlei elementen die het authentiek doen lijken. Sowieso zijn mensen sneller geneigd berichten van de overheid te vertrouwen.’ Daarnaast wordt in phishingmail vaak druk uitgeoefend, vervolgt Van Diepen. ‘Er wordt bijvoorbeeld gedreigd dat iemands account verloopt als diegene niet vóór een bepaalde datum reageert.’

Meer dan 1.000 meldingen

De mailtjes die in juni bij burgers binnenkwamen, leken daadwerkelijk te zijn verzonden door de overheid en waren nauwelijks van echt te onderscheiden, vertelt Van Diepens collega Tanaquil Arduin. Zij staat aan het hoofd van het team fraude-experts dat de e-mails onderzocht. ‘In dit geval hadden de criminelen het waarschijnlijk gemunt op gegevens van burgers die gebruikmaken van MijnOverheid’, zegt zij. ‘Ontvangers van de e-mails kwamen op een valse MijnOverheid-website terecht, met een nagemaakt DigiD-inlogscherm. De gegevens van de burgers die hebben geprobeerd in te loggen, belandden bij onbevoegde personen.’ Het fraudeteam ontving meer dan 1.000 meldingen van verdachte e-mails. Van 203 accounts bleken daadwerkelijk gegevens te zijn ontvreemd.

Gezamenlijk het vangnet sluiten

‘Als beheerder van DigiD en MijnOverheid hebben we meteen aangifte gedaan bij de politie en de malafide sites uit de lucht laten halen’, zegt Arduin. ‘Daarnaast werkten we samen met onze ketenpartners, zoals het Nationaal Cyber Security Center en de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens. We hebben de getroffen accounts natuurlijk meteen verwijderd. Tot slot ging er een seintje naar alle instanties die met DigiD werken, zoals UWV, de Belastingdienst en de SVB. Op die manier sloten we in gezamenlijkheid het vangnet.’ Het calamiteitenteam van Logius zorgde voor de coördinatie van alle acties.

Dat voorkomen beter is dan genezen, geldt ook hier. Van Diepen legt uit dat Logius doorlopend werkt aan manieren om misstanden eerder te detecteren. Ook wijst hij op het bestaan van technische standaarden die overheidsorganisaties kunnen helpen zich te weren tegen phishing. ‘Bureau Forum Standaardisatie  kan hen daarbij op weg helpen als dat nodig is’, zegt hij.

Alerte burgers

De belangrijkste zorg was natuurlijk voor degenen met de getroffen accounts. Logius informeerde ze schriftelijk én het Servicecentrum bracht de eigenaren van de accounts ook persoonlijk op de hoogte van het incident . Van Diepen vervolgt: ‘We hebben ze aangeraden nieuwe accounts aan te maken en hun persoonsgegevens op overheidssites vanaf dat moment goed te controleren.

Logius investeert in allerlei slimme oplossingen om de kans op phising zo klein mogelijk te maken, maar uiteindelijk komt het erop aan dat we burgers helpen om alert zijn. Van Diepen licht toe: ‘Zij hoeven niet alle details te kennen, maar het is wel belangrijk dat zij nagaan van wie een e-mail of WhatsApp-bericht afkomstig is, twee keer nadenken voordat zij op een link klikken, checken of de omgeving waarin zij inloggen veilig is, et cetera.’ Phishing kan ons allemaal overkomen, dus laten we ook samen proberen criminelen een stap voor te zijn .’

Dit artikel hoort bij: Koppelvlak 03

Er gaat veel veranderen bij DigiD

Mike Nicolaes en Lisenka Impens zijn aan het werk op een laptop

De komende jaren verandert er een hoop op het gebied van inloggen met DigiD. Waar mensen nu nog veelal kunnen inloggen met een DigiD gebruikersnaam en wachtwoord, zullen zij in de toekomst nieuwe en veiligere inlogmethoden moeten gebruiken. Mike Nicolaes en Lisenka Impens van Logius zijn nauw betrokken bij deze ontwikkelingen.

De inlogmethode zoals de meeste mensen die nu kennen – gebruikersnaam, wachtwoord en eventueel sms-code – zal meer en meer naar de achtergrond verdwijnen. Dat komt door nieuwe regelgeving: de Wet Digitale Overheid. Deze wet treedt naar verwachting in 2019 in werking. Hierin wordt vastgelegd dat een organisatie bepaalde dienstverlening of informatie alleen nog maar mag ontsluiten via een inlogmethode die voldoet aan het juiste betrouwbaarheidsniveau. Een betrouwbaarheidsniveau kun je zien als de link tussen een gebruiker en zijn inlogmiddel: hoe hoger het niveau, hoe sterker de link en hoe meer zekerheid je krijgt dat iemand is wie zij zegt te zijn. Voor steeds meer digitale diensten is een hogere zekerheid gewenst en dus een veiligere manier van inloggen, denk aan het uitwisselen van medische of financiële gegevens.

Nieuwe inlogmethoden

De komende periode zal een aantal dingen veranderen, vertelt Lisenka Impens, productmanager DigiD. Impens: ‘Voorheen kenden we twee slechts manieren van inloggen bij DigiD. Inloggen met je gebruikersnaam en wachtwoord en eventueel aangevuld met een extra stap via een sms-code. Daar is in de zomer van 2017 ook mobiel inloggen met de DigiD app bijgekomen en sinds november datzelfde jaar kan de app ook een identiteitsbewijs uitlezen en controleren.’ Inloggen met de app is een eenvoudige manier van 2-factor inloggen en een alternatief voor inloggen met een sms-code.

De controle van het identiteitsbewijs maakt de DigiD app nog betrouwbaarder voor een organisatie zodat iemand meer privacygevoelige zaken kan regelen, zoals bijvoorbeeld het overschrijven van een auto. De nieuwste manier van inloggen wordt inloggen met het rijbewijs of identiteitskaart. ‘Zo bereiken we het hoogste niveau van betrouwbaarheid en dus de sterkste link tussen een gebruiker en zijn inlogmiddel. Bij deze manier van inloggen worden iedere keer als iemand inlogt de gegevens op het rijbewijs of identiteitskaart uitgelezen met behulp van de DigiD app. Voor het controleren van deze gegevens wordt gebruik gemaakt van de zogeheten NFC-lezer op een Android-telefoon of een usb-kaartlezer die aan de computer is verbonden. Nadat je rijbewijs of identiteitskaart is uitgelezen, voer je de pincode die bij het betreffende document hoort in’, vult Mike Nicolaes, ook productmanager DigiD, aan.

Groei aantal inlogs met de app

Impens maakt nog een kleine kanttekening bij de app. ‘Het uitlezen van identiteitsbewijzen kan momenteel alleen op de meest gebruikte Android-telefoons. Met een iPhone is het helaas niet mogelijk. We onderzoeken manieren om identiteitsbewijzen te controleren voor mensen die geen geschikte telefoon hebben of hulp nodig hebben bij het uitvoeren van de controle.’ Je kan dan denken aan een DigiD servicezuil in een gemeentehuis of bibliotheek. Iemand kan bij de zuil zijn controle van het identiteitsbewijs uitvoeren, waarmee zijn app wordt versterkt.

Sinds de introductie van de DigiD app in 2017 maakt nu 10 procent van de Nederlanders met een DigiD er gebruik van. Voor de app streeft Impens naar een gebruikersaantal van 60 procent in 2022. ‘Hier gaan we met de op DigiD aangesloten organisaties vol op inzetten.’

Altijd gebruikersgemak creëren

Impens vervolgt: ‘Bij de ontwikkeling van de DigiD app stond de gebruiker te allen tijde centraal, bezweert de productmanager. ‘We hebben een user centered design ingericht. Dat is een opzet waarmee je gebruikers al in het voortraject betrekt, dus nog voordat je iets ontwikkelt. Voor het inloggen met een rijbewijs hebben we een pilot gedraaid met tweehonderd mensen. De uitkomsten van de pilot hebben we meegenomen in de verdere ontwikkeling van de inlogmethode. Naast de pilot hebben we in een usability lab ongeveer twintig mensen geraadpleegd. Dit levert waardevolle informatie op die ons helpt om DigiD continu te verbeteren vanuit het oogpunt van de gebruiker.

‘Er zit een wereld achter DigiD die veel mensen niet kennen‘, zegt Nicolaes. ‘Neem nou het gelijk activeren van de DigiD app na het downloaden ervan uit de Store. Het proces moet heel makkelijk zijn en voelen, maar om dat voor elkaar te krijgen moet je veel testen en rekening houden met veiligheidsoverwegingen.’ Impens: ‘Het grootste plezier haal ik zelf uit het creëren van gebruikersgemak. Dat is wat mij betreft het interessantste speelveld: complexe materie tóch gebruikersvriendelijk maken.’

Dit artikel hoort bij: Koppelvlak 03

MijnOverheid voor iedereen

Marcel bekijkt de Berichtenbox app op zijn mobiel

Stel de gebruiker écht centraal bij de verdere ontwikkeling van MijnOverheid en de Berichtenbox. Dat is een van de grote opdrachten voor MijnOverheid vanuit de agenda voor de Digitale Overheid NL DIGIbeter en wordt ook mede ingegeven door een vorig jaar verschenen rapport van de Nationale Ombudsman. ‘En uiteindelijk moeten gebruikers ook zelf de regie krijgen over zijn of haar persoonlijke gegevens’, zegt Marcel Vogel, productmanager bij Logius. 

Elke Nederlander van 14 jaar of ouder heeft een account op MijnOverheid. ‘Op dit moment tellen we ongeveer 7,5 miljoen daadwerkelijk geactiveerde accounts’, zegt Marcel. ‘We moeten ervoor zorgen dat MijnOverheid toegankelijk is en blijft voor iedereen, ook voor mensen die bijvoorbeeld minder digitaal vaardig (digivaardig) zijn of moeite hebben met lezen en schrijven. We willen dit onder meer bereiken door juist deze groepen actief te betrekken bij de ontwikkeling van de voorziening en de bijbehorende dienstverlening.’

Ontwikkelen samen met klanten en gebruikers

Het afgelopen jaar is veel geïnvesteerd in onderzoek naar de wensen van gebruikers van MijnOverheid en de structurele inbedding van dit ‘burgerperspectief’ in het ontwikkelproces, aldus Marcel. ‘We hebben een meer user centered design ingevoerd, waarbij we samen met de gebruiker stapsgewijs verschillende fases in het ontwerp en ontwikkelproces doorlopen. Zo hebben we voor het nieuwe activatieproces van MijnOverheid vooraf prototypes en mock’ups gemaakt die we hebben laten testen door de gebruikers zelf; onder wie ook gebruikers die minder digivaardig zijn. Al deze ervaringen hebben we meegenomen bij de uiteindelijke ontwikkeling van het nieuwe activatieproces van MijnOverheid.’

Ook is er de mogelijkheid om ideeën en prototypes te toetsen bij een panel van 150 Nederlanders die meedenken, vertelt Marcel. ‘En er is een burgerpanel met afgevaardigden van verschillende maatschappelijke organisaties die de belangen van grote groepen burgers met een achterstand vertegenwoordigen, zoals laaggeletterden, ouderen, mensen met een beperking of mensen met een migratieachtergrond. We vragen waar hun achterban tegenaan loopt en nemen dit mee in de verdere ontwikkelingen van MijnOverheid.’

Steffie helpt minder digi- of taalvaardigen

Hoe zit het met de mensen die minder digi- of taalvaardig zijn? In hoeverre wordt die groep gestimuleerd? Marcel: ‘We zijn ons ervan bewust dat mensen niet automatisch hun weg weten te vinden binnen MijnOverheid. Onze doelgroep bestaat uit mensen in de leeftijd van 14 tot en met 110. Het is een uitdaging om iedereen te betrekken. Speciaal voor mensen die moeite hebben om digitaal mee te komen gaan we de komende tijd toegankelijkheidstools inzetten. Eén van de eerste initiatieven is de inzet van een uitlegvideo (Steffie) die op een zeer laagdrempelige wijze uitlegt hoe je het MijnOverheid-account activeert en hoe je daar je voordeel mee kunt doen.’

Nieuw: Berichtenbox app

MijnOverheid heeft sinds 9 oktober ook een Berichtenbox app, waarop je post van de overheid direct kunt lezen op de mobiel of tablet. ‘Zodra er nieuwe post is, ontvangt de gebruiker een pushbericht op zijn of haar telefoon. De app is zeer gebruikersvriendelijk en na een eenmalige koppeling met het MijnOverheid-account (via DigiD) direct te gebruiken.’ Inloggen gebeurt via een 5-cijferige pincode die de gebruiker zelf kan kiezen. Marcel vervolgt: ‘We verwachten dat het proces zo ook weer een stuk laagdrempeliger wordt, omdat het gemakkelijker is om je post te openen. En we spreken weer een bredere groep aan die graag apps gebruikt.’

Zelf je gegevens aanpassen

MijnOverheid bestaat uit drie essentiële onderdelen: de Berichtenbox, Lopende zaken en Persoonlijke gegevens. Vooral in dat laatste onderdeel ziet Marcel veel mogelijkheden. ‘Daarin tonen wij als overheid welke gegevens van de burger vastliggen. Het komt nog weleens voor dat gegevens achterhaald zijn: zie je bijvoorbeeld dat er bij RDW een auto geregistreerd staat die al lang is verkocht, dan kun je dat doorgeven. Wat dat betreft willen we dat mensen in de toekomst meer de regie gaan pakken door zelf correcties te doen en die gegevens ook op basis van ‘user consent’ te delen met partijen die hij of zij wil informeren.’

MijnOverheid Challenge

Het is voor MijnOverheid belangrijk om te experimenteren met nieuwe concepten en innovaties, zegt Marcel. ‘We hebben de MijnOverheid Challenge. Dat is een programma waarbij actief de samenwerking met startups wordt aangegaan. Startups worden uitgedaagd om nieuwe services voor MijnOverheid te ontwikkelen waarmee digitaal zaken doen met de overheid makkelijker en gebruiksvriendelijker wordt. Een van de ideeën die mogelijk uitgewerkt gaat worden, is het toevoegen van een QR-code aan de Berichtenbox. De QR-code verwijst naar een portaal waarin uitlegfilmpjes staan of waar er de mogelijkheid is om de brieven te laten vertalen of van extra uitleg te voorzien. Allemaal om MijnOverheid toegankelijk te maken voor alle Nederlanders.’

Dit artikel hoort bij: Koppelvlak 03

Bij de terugmeldvoorziening is iedereen gebaat

Jurgen en Dan zijn aan het werk op een laptop

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) en Logius ontwikkelen en implementeren een nieuwe terugmeldvoorziening. Wat verbetert daarmee? En voor wie? Jurgen Bijnaar, Projectleider aansluittraject bij Logius, en Dan Korving, Projectleider voor de terugmeldvoorziening bij RvIG, leggen uit.

Gemeenten houden persoonsgegevens van burgers bij in de BRP. Wanneer iemand trouwt, een kind krijgt of verhuist, wordt die informatie vastgelegd. Afnemers, zoals de Belastingdienst, Waterschappen, zorgverzekeraars en de RDW, gebruiken die informatie. Soms komen zij erachter dat iets niet klopt. Ze kunnen dan een terugmelding doen met de terugmeldvoorziening (TMV). Deze voorziening bestaat al sinds 2007, maar Logius en RvIG ontwikkelen en presenteren nu een verbetering: TMV 2.0. Wat nieuw is, is dat afnemers straks een meer uitgebreide toelichting, bijlages en contactgegevens kunnen meesturen. Dit zorgt ervoor dat terugmeldingen beter onderbouwd kunnen worden gedaan. Dat verhoogt de kwaliteit van de persoonsgegevens in de basisregistratie.

Terugmelden goed voor iedereen: van brandweer tot belastingen

‘Een kwalitatieve BRP is onder meer nodig om belastingen te kunnen innen’, legt Jurgen Bijnaar uit. ‘Maar het kan ook van levensbelang zijn als de brandweer bijvoorbeeld bij een brand ter plaatse komt en niet zeker weet hoeveel bewoners er in dat pand zouden moeten zijn. Het is dus voor iedereen belangrijk dat de gegevens correct in de BRP staan.’

Meer gegevens beschikbaar

De TMV 2.0 is straks een technisch onafhankelijke en toekomstbestendige terugmeldvoorziening die voldoet aan de wet BRP en de eisen en wensen van gebruikers. ‘In de huidige TMV draait alles om het juist invoeren van gegevensvelden, zoals een correct verblijfsadres’, verklaart Dan Korving. ‘Maar wat nou als een afnemer niet weet wat het verblijfsadres is, maar alleen weet wat het niet is? Denk aan een belastingdeurwaarder die iemand niet aantreft op het adres waarop hij volgens de BRP zou moeten wonen. Met de TMV 2.0 kan hij zijn terugmelding voldoende onderbouwen naar een bijhouder. Dit zijn gemeenten in de rol van publieks- of burgerzaken die de BRP bijhouden. Diegene die kan bepalen of er op basis van de informatie uit de terugmelding een adresonderzoek plaats zal moeten vinden.’

Terugmeldvoorziening gebruiken

Op 25 oktober 2018 is de TMV 2.0 in productie genomen. Vanaf dat moment kunnen afnemers van de BRP de nieuwe functionaliteiten voor het eerst in de productieomgeving uitproberen als ze zijn aangesloten op de Digimeldingvoorziening. In het eerste kwartaal van 2019 volgt de livegang, waarbij alle bijhouders in één keer overgaan volgens een zogenaamde ‘big bang’. Tot die tijd kunnen bijhouders van de BRP terugmeldingen met de nieuwe functionaliteit inzien in een speciale interface of webservice.

Persoonlijk langs bij afnemers

Om het aansluittraject goed te laten verlopen werken Logius en RvIG intensief samen. Het team van Bijnaar en Korving is bezig om voor februari 2019 zo veel mogelijk afnemers aan te sluiten op de Digimeldingvoorziening, zodat zij de nieuwe functionaliteiten van de TMV 2.0 kunnen gebruiken. Korving: ‘Om dat voor elkaar te krijgen, gaan we bij ze op bezoek. Van Groningen tot Zuid-Limburg. Deze persoonlijke aanpak wordt erg gewaardeerd. Afnemers zijn tot nu toe heel enthousiast over de nieuwe voorziening, die langverwacht is.’ Met het project heeft het team ‘echt een paar dingen compleet anders gedaan’, zegt Korving. ‘RvIG heeft de TMV 2.0 vanaf de start met gebruikers voor gebruikers gebouwd. Dat er nu een mooie voorziening staat die we aan het implementeren zijn is een verdienste van veel mensen die daar keihard aan hebben gewerkt. Daar ben ik ontzettend trots op!’

Meer weten over TMV 2.0? Lees wat het betekent voor afnemers en wat er op bijhouders afkomt.

Dit artikel hoort bij: Koppelvlak 03

Bedrijven beheren hun auto’s overzichtelijker en makkelijker met eHerkenning

Man kijkt onder de motorkap van een auto

Online een kentekenbewijs aanvragen voor een auto op naam van een bedrijf? Bij de RDW kan dat tegenwoordig. En dankzij eHerkenning gaat dat eenvoudig. In juni vorig jaar sprak de RDW samen met zes andere organisaties de intentie uit om eHerkenning te gebruiken. ‘Zakelijke klanten kunnen nu bij ons terecht met hetzelfde inlogmiddel dat ze bij andere organisaties gebruiken.’

Gewoon beginnen, dat is het advies van Herman Mulder aan overheidsorganisaties die een aansluiting op eHerkenning overwegen. Mulder is Omgevingsmanager. Of, in zijn eigen woorden: ‘Ik onderhoud namens de RDW contact met alle externe partijen die worden beïnvloed door veranderingen binnen onze organisatie.’ Veranderingen zoals de introductie van eHerkenning in de dienstverlening.

‘Sinds het begin van 2017 kunnen bedrijven met eHerkenning het zogeheten schorsen van hun voertuig online regelen’, vertelt hij. ‘Als een bedrijf een voertuig tijdelijk niet gebruikt, kunnen gedurende die periode voertuigverplichtingen als de WA-verzekering, motorrijtuigenbelasting en APK worden stopgezet.’ In juni werd het voor bedrijven ook mogelijk voertuigen online op naam te zetten – van de loodgieter met 1 bestelbusje tot de multinational met 400 auto’s.

Uitbreiding in de toekomst

En daar blijft het volgens Mulder niet bij. ‘Het is de bedoeling dat bedrijven op termijn ook online kunnen opvragen welke voertuigen zij precies op naam hebben staan. Op die manier houden ondernemingen met omvangrijke wagenparken zicht op hoe hun voertuigen in het kentekenregister geregistreerd staan. Daarnaast willen we zakelijke klanten per voertuig inzage bieden in gegevens als de bij onderhoud en APK geregistreerde tellerstanden. Dat soort informatie, beschikbaar via een tellerrapport, is voor klanten ook belangrijk als zij een voertuig verkopen. Deze gegevens bieden kopers zekerheid over de geschiedenis van tellerstanden van de auto in kwestie.’

Pluspunten en bijvangst

De online dienstverlening van de RDW sluit aan bij het streven van de overheid om de service aan burgers en bedrijven te digitaliseren. ‘Met eHerkenning maken we onze dienstverlening extra makkelijk’, zegt Mulder. ‘Het is gebruiksvriendelijk. Zakelijke klanten kunnen bij ons terecht met hetzelfde inlogmiddel dat ze bij andere organisaties gebruiken. Net zoals burgers dat met DigiD doen.’

Ook voor de RDW zelf heeft de digitalisering voordelen. De dienst verkleint bijvoorbeeld zijn afhankelijkheid van de traditionele balies en loketten. Het belangrijkste pluspunt is volgens Mulder een neveneffect. ‘Nu we onderzoeken hoe we onze diensten online aan klanten kunnen aanbieden, kijken we met een frisse blik naar onze processen’, meent hij. ‘Om klanten zelf aan de knoppen te zetten, moeten we onze processen zo efficiënt mogelijk inrichten. Daar wordt ook onze organisatie beter van.’

Aan de slag gaan

Ondanks de voordelen van eHerkenning blijft de traditionele weg nog mogelijk. ‘Veel klanten vinden het eigenlijk wel prima om, zoals ze gewend zijn, aan de garagehouder te vragen hun voertuig op naam te zetten of om een medewerker met een tientje uit de kas naar het postkantoor te sturen’, legt Mulder uit. ‘Gewoontes doorbreek je niet zomaar.’

De RDW denkt nog na over het verbeteren van de betaalmogelijkheden, zodat die beter aansluiten bij de praktijk van de gebruikers. ‘Bedrijven die zaken online met ons regelen, betalen via iDEAL. Maar de medewerker die verantwoordelijk is voor het wagenpark, is vaak niet degene die namens het bedrijf betalingen verricht.’ Een van de oplossingen die de RDW onderzoekt, is om online diensten ‘op rekening’ te verrichten. Betaling gebeurt dan achteraf.

Volgens Mulder kun je niet al dit soort zaken voorzien. ‘Pas als je echt aan de slag gaat met het digitaliseren van je dienstverlening en de aansluiting op eHerkenning, wordt concreet wat daarbij komt kijken. En welke voordelen ze bieden.’

Dit artikel hoort bij: Koppelvlak 03

Logius internationaal seminar 2018: het belang van digitale inclusie

Vredespaleis in Den Haag

Nederland heeft de ambitie om digitale koploper te worden van de Europese Unie. De snel veranderende en digitaliserende samenleving biedt namelijk veel nieuwe mogelijkheden die het leven eenvoudiger kunnen maken. Een grote groep burgers is niet of nauwelijks digitaal redzaam en dreigt steeds verder af te staan van de maatschappij. Dat moet worden voorkomen. Om die reden organiseerde Logius op donderdag 4 oktober het internationale seminar Usability & Accessibility: Let’s include all! In het Vredespaleis in Den Haag kwamen bijna 70 vertegenwoordigers van publieke ICT-organisaties uit Europa samen om kennis uit te wisselen over dit onderwerp. In dit artikel blikken we terug op de sessies en de opgedane kennis.

Startsein digitale inclusie door staatssecretaris Knops

Staatssecretaris Raymond Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties opende het seminar en benadrukte onder meer het belang van Europese samenwerking. ‘Digitale inclusie is een zeer belangrijk onderwerp. Informatie-uitwisseling tussen landen is cruciaal en we moeten voor elkaar openstaan. Met het organiseren van internationale conferenties doen we een stap in de goede richting’, aldus Knops.

De staatssecretaris, oud-militair bij de Koninklijke Luchtmacht, haalde in zijn introductie het leger aan, waarin je ‘nooit iemand moet achterlaten’. Je kunt volgens Knops de analogie doortrekken naar onze moderne samenleving en de gevolgen van de digitalisering. ‘Het is onze plicht om mensen te helpen die om verschillende redenen niet hun weg kunnen vinden op de digitale snelweg. Online diensten moeten zo slim en toegankelijk mogelijk worden ontwikkeld, zodat iedereen er gebruik van kan maken. Logius speelt hierin een cruciale rol in Nederland. We proberen onze online diensten altijd te verbeteren. In samenwerking met gespecialiseerde organisaties streven we ernaar om iedereen die moeite heeft met de digitale samenleving hierbij te ondersteunen. Zo bieden we ze bijvoorbeeld gratis hulp aan in bibliotheken en wordt er op scholen meer aandacht geschonken aan digitale vaardigheden.’ De staatssecretaris lichtte ook de agenda voor de digitale overheid NL DIGIbeter toe.

De gebruiker centraal stellen

Tijdens de eerste sessie, User centered design of online public services, deelden Bas Kooter (business consultant bij Logius) en zijn collega Gregory Scholten (productmanager) hun kennis over de Berichtenbox van MijnOverheid. Hoe toegankelijk is deze dienst? En is de mate van gebruikersvriendelijkheid de afgelopen jaren verhoogd? Scholten gaf een voorbeeld uit 2017. Een aantal burgers ontving in dat jaar een boete van de Belastingdienst, nadat ze een bericht in hun Berichtenbox hadden gemist. Dat kwam deels doordat op MijnOverheid niet duidelijk genoeg stond aangegeven dat mensen er goed aan doen om een e-mailadres op te geven. ‘De oplossing zochten we in een nieuw activatieproces’, aldus Scholten. ‘In dat proces wordt aan de gebruiker uitgelegd wat het belang is van notificaties via het eigen e-mailadres. Gebruikers worden daarnaast ook stap voor stap meegenomen bij het aanmaken van een account op MijnOverheid.’ Daar wordt aangegeven wat er gebeurt als er geen e-mailadres geregistreerd staat.

Een andere belangrijke ontwikkeling, in het verlengde daarvan: is de Berichtenbox app van MijnOverheid. Zo’n app moet de route verkorten naar de Berichtenbox, stelde Kooter. Hij reageerde daarmee op een vraag uit de zaal: is het niet erg omslachtig om in je privé-mail een bericht te krijgen dat er een bericht klaarstaat in je Berichtenbox? ‘Er is geen link in de mail opgenomen in verband met de beveiligingseisen. Met een app wordt het proces laagdrempeliger, omdat de app direct toegang biedt tot je berichten.’

Micro-copy in Zweden

De volgende spreker was Johan Gustafsson, hoofd van de afdeling UX van Skatteverket, de Zweedse Belastingdienst. Zijn team bestaat uit 24 werknemers die onder meer onderzoek doen naar gebruikerservaringen. Skatteverket investeert de komende jaren fors in de toegankelijkheid van digitale overheidsdiensten en heeft daarbij veel aandacht voor minder-digitaalvaardige mensen. Naast het creëren van een betere interface en visuele designs pleitte Gustafsson voor het inzetten van copywriters. ‘Door middel van simpele, maar gedetailleerde stukjes content kun je mensen stap voor stap meenemen op de digitale weg. Wij noemen dat micro-copy.’ Ook probeert zijn organisatie zoveel mogelijk samen te werken met andere overheidsinstanties. Gustafsson: ‘We organiseren door het hele land bijeenkomsten die puur gaan over het gebruikersgemak. Uiteindelijk wil de Zweedse overheid dat alle diensten dezelfde aanpak volgen. ’Tenslotte wees hij op het belang van testgroepen. De dienst werkt samen met organisaties die mensen met een functiebeperking vertegenwoordigen en gaat ook via sociale media op zoek naar deze doelgroep.

Toegankelijke overheidswebsites

Tijdens de tweede sessie, Accessibility of government websites, bespraken Kristian Mul (productmanager bij Logius) en Bart Simons (expert digitale toegankelijkheid bij Any Surfer) de ontwikkelingen rondom de toegankelijkheid van overheidswebsites. Als gevolg van een Europese Richtlijn uit 2016 is in Nederland wetgeving van kracht geworden die toegankelijkheid van overheidswebsites voor mensen met een beperking verplicht stelt. Onder anderen dyslectici, kleurenblinden, slechthorenden en slechtzienden moeten dezelfde toegang krijgen tot overheidsinformatie als mensen die géén beperking hebben. Denk daarbij aan maatregelen als het verplicht aanbieden van tekstalternatieven, eenvoudigere lay-out en volledige bediening van de website via het toetsenbord mogelijk maken. ‘Een betere toegankelijkheid is goed voor ons allemaal’, aldus Mul. ‘Niet alleen voor de 4,5 miljoen mensen in Nederland met een beperking en de groeiende groep ouderen, maar ook voor iedereen die bijvoorbeeld in de trein een film wil kijken (ondertitels) of in de felle zon overheidsinformatie wil opzoeken (contrast).’

Keyboardtest als quick win voor blinde gebruikers

Bart Simons, afkomstig uit België, is werkzaam voor een ngo die onder meer begeleiding en trainingen aanbiedt voor het bouwen van toegankelijke websites. Simons heeft een visuele beperking en kan daardoor goed het belang van toegankelijke websites onder de aandacht brengen. Hij adviseert overheden en onderzoekt met een grote groep studenten hoeveel websites in zijn land nu daadwerkelijk aan de richtlijnen voldoen. ‘Tien jaar geleden lag het percentage op 4 procent, nu is dat 22 procent. Er valt dus nog een wereld te winnen.’ Het grootste probleem? Handhaving, aldus Simons. ‘Er staat in België geen straf op het online zetten van ontoegankelijke websites.’

Simons blijft strijden voor mensen met een beperking. Hij probeert overheden en bedrijven die websites beheren vooral op het hart te drukken dat ze in dit geval pragmatisch te werk moeten gaan. ‘Kijk niet naar zaken die moeilijk zijn te realiseren, maar probeer morgen tenminste één simpele, gebruiksvriendelijke aanpassing door te voeren in je website. Al verander je iets in de lay-out waardoor een slechtziende informatie makkelijker kan vinden. Ga niet alle Europese richtlijnen nalezen, want dan duizelt het je. Neem een expert in huis.’ En tot slot: stel prioriteiten voor het toegankelijk maken van je website, meende Simons. ‘Een belangrijke is wat mij betreft de keyboardtest. Blinde mensen doen niets met een muis. De test duurt maar vijf minuten. Kijk of je op je eigen website terecht kan zonder een muis te gebruiken. Als dat niet lukt, is er iets mis. En ga dan aan de slag om je website te verbeteren.’

Toegankelijkheid van overheidsdocumenten: de PDF uitdaging

Hannah Cooper (Government Digital Service, Engeland) en Josephine Schwebler (consultant CPS-IT bij Bundesministerium für Umwelt, Naturschutz und nukleare Sicherheit (BMU), oftewel het ministerie van Milieu in Duitsland) discussieerden in de laatste sessie, Accessible government documents: the PDF challenge, hoe je overheidsdocumenten gebruikersvriendelijk kunt aanbieden. Cooper werkt voor gov.uk, waarbij alle 25 ministeries in Engeland zijn aangesloten en burgers terecht kunnen voor al hun overheidszaken. De content designer verklaarde dat gov.uk in de toekomst zo min mogelijk PDF’s wil aanbieden, omdat die documenten lang niet altijd het optimale format bieden voor informatie die toegankelijk gepubliceerd moet worden. 'PDF's zijn niet makkelijk te vinden, gebruiken en onderhouden, en ze zijn vaak slecht voor de toegankelijkheid'. GDS stelt daarom tools beschikbaar om eenvoudig toegankelijke HTML-documenten te maken. Daarnaast biedt GDS trainingen aan voor het werken met HTML-documenten en organiseert bijeenkomsten om overheidsinstanties hiervan bewust te maken.

Het Duitse ministerie van Milieu ziet het juist als een uitdaging om PDF’s honderd procent toegankelijk te maken voordat ze online gepubliceerd worden. Daarvoor moeten die bestanden aan speciale UA-standaarden voldoen. PDF/UA is een open standaard voor de uitwisseling van documenten waarbij de pagina-opmaak vastligt. Het uitgangspunt van PDF/UA is dat gebruikers documenten kunnen uitwisselen, bekijken en afdrukken, onafhankelijk van de omgeving waarin ze worden aangemaakt, bekeken of afgedrukt. Schwebler biedt hiervoor kwaliteitschecks aan binnen haar ministerie.

In Nederland wordt nog weinig gebruikgemaakt van PDF/UA-documenten, vertelde Han Zuidweg (adviseur bij het Forum Standaardisatie). Het Platform Rijksoverheid Online (PRO), dat beheerd wordt door de dienst Publiek en Communicatie van het ministerie van Algemene Zaken, is de centrale plek waar organisaties binnen de Rijksoverheid een website kunnen laten aanmaken en beheren. Het PRO heeft nu al het beleid dat documenten in een leveranciersafhankelijk formaat (zoals MS Office) niet meer gepubliceerd kunnen worden in de websites die zij beheren. ODF, PDF en CSV zijn wel toegestaan. Nu wordt overwogen om alleen nog toegankelijke PDF’s toe te laten op de websites. Dit beleid is nog in ontwikkeling en wordt nog niet gehandhaafd. ‘Om niemand uit te sluiten moeten we er gewoon voor zorgen dat PDFs toegankelijk zijn’, sloot Zuidweg zijn presentatie af.

Gezamenlijke missie

Het slotwoord kwam van Winfried de Valk, hoofd Toegangsdiensten bij Logius. Hij wees andermaal op de voortzetting van een ‘gezamenlijke missie’: zorg ervoor dat niemand achterblijft in dit digitale tijdperk. ‘We hebben vandaag bevlogen mensen aan het woord gehad, uit verschillende landen, die allen een ideaal hebben’, zei hij. ‘En die idealen brengen we bij elkaar, hier in het historische Vredespaleis.’

Dit artikel hoort bij: Koppelvlak 03

Colofon

Koppelvlak, 03

Publicatiedatum
maandag 29 oktober 2018
Hoofdredactie
Logius Communicatie
Productie
Logius Communicatie
Eindredactie
Logius Communicatie
Vormgeving
Logius Communicatie
E-mail
servicecentrum@logius.nl
Internet
https://www.logius.nl/
Redactieadres
Wilhelmina van Pruisenweg 52 | 2595 AN | Den Haag Postbus 96810 | 2509 JE | Den Haag
Copyright
CC0 1.0 Universal